Politiek

Naam land:

Volksrepubliek China (VRC)

Regeringsvorm:

eenpartijstelsel

Staatshoofd:

President Hu Jintao

Geografie

Oppervlakte:

9.561.000 km2 (294 x België)

Hoofdstad:

Beijing

Tijdverschil met België:

+6 uur zomer
+7 uur winter

Bevolking

Bevolkingsaantal:

1,307 miljard (2005)

Bevolkingsgroei:

0,6 procent (2005)

Taal:

hoofdzakelijk Putonghua (Standaard Chinees) of Mandarijn; maar ook lokale dialecten en talen

Religie:

belangrijkste religies zijn taoïsme en boeddhisme

Economische indicatoren

Bbp:

2.224,9 miljard US dollar (2005)

Bbp per hoofd van de bevolking:

1.400 US dollar (2005)

Reële groei bbp:

9,9 procent (2005)

Stijging consumentenprijzen:

1,8 procent (2005)

Munteenheid:

renminbi of yuan (gemiddeld 8,19 renminbi = 1 US dollar)

 

China: geografie en klimaat

Geografie
De Chinese Volksrepubliek (VRC) bestrijkt een oppervlakte van 9,6 miljoen km2. China meet van noord naar zuid circa 4.000 kilometer en van west naar oost ongeveer 4.800 kilometer. Doordat het land bergachtig is en het transportsysteem niet optimaal is, veroorzaken de grote afstanden aanzienlijke economische, logistieke en zelfs politieke problemen. De grote uitgestrektheid van China maakt het moeilijk vanuit de hoofdstad Beijing een sterk centraal gezag uit te oefenen.
De Volksrepubliek grenst over een afstand van 20.000 kilometer aan veertien buurlanden. Met verschillende daarvan zijn er geregeld grensgeschillen. In het noorden liggen de buurlanden Rusland en Mongolië. Aan de noordoostgrens ligt Noord-Korea. In het westen liggen Kazachstan, Tadzjikistan, Kirgizstan, Afghanistan, Pakistan en India. Ten zuidwesten grenzen Nepal en Bhutan aan China. Ten zuiden van de grens liggen Myanmar, Vietnam en Laos. In het oosten grenst China aan zee; de kustlengte bedraagt 18.000 kilometer. In de territoriale wateren, die rijk zijn aan vis, liggen circa 5.400 eilanden en eilandjes. Deze eilandjes hebben tezamen een kustlijn van 12.000 kilometer. In de Zuid-Chinese Zee bezit China de strategisch belangrijke Xishaqundao (Paracel) Eilanden. De Nansha (Spratly) Eilanden worden ook geclaimd door diverse Aziatische landen. Doordat de kustwateren vrij ondiep zijn, beschikt het land nauwelijks over goede natuurlijke havens. China is dan ook nooit een belangrijke zeevarende natie geweest.
Qua reliëf is China te vergelijken met een trap met drie treden. De hoogste trede, het plateau van Qinghai-Tibet, ligt in het westen en zuidwesten. Dan is er een gebied van hoogvlakten en dalen, in hoogte variërend van 1.000 tot 2.000 meter, dat naar het oosten geleidelijk lager wordt, zoals het plateau van Yunnan-Guizhou en het vruchtbare Sichuan-bassin. Een deel van oostelijk China, de laagste trede, ligt lager dan 500 meter met de hoogste bevolkingsdichtheid. Hier zijn de rivieren bevorderlijk voor de landbouw. Zij zorgen voor rijke oogsten, maar ook voor overstromingen. Een enkele keer drogen ze geheel op, waardoor voedselschaarste ontstaat. China wordt daarom wel gekarakteriseerd als een land dat ofwel lijdt aan een overschot ofwel aan een tekort aan water.

Tijdzones
China hanteert een tijdzone (meetpunt is Beijing), terwijl het land in verschillende zones valt. Wel kan het zo zijn dat mensen en bedrijven in bepaalde gebieden - ver van Beijing - zich aanpassen aan de factor licht (dag) en donker (nacht).

Klimaat
China heeft een landklimaat met extreme verschillen dat varieert van subtropisch in de zuidelijke provincies tot gematigd in het noorden. De noordelijke winters zijn lang en koud, variërend van -10°C tot -1,7°C in Beijing en van -16,7°C tot -6,6°C in Shenyang. De zomermaanden zijn in het noorden heet en droog. Het klimaat in Centraal-China is overwegend subtropisch. De zuidoostelijke provincies hebben een tropisch klimaat met de moesson in de zomer. Aan de kust van zuidelijk China komen in de zomer tyfoons frequent voor. Barre weersomstandigheden doen zich voor in Binnen-Mongolië en Xinjiang, waar veel droge vlaktes en woestijnen te vinden zijn.
In de meeste gebieden is januari de koudste maand en juli de warmste. Ongeveer 80 procent van de neerslag valt tussen mei en oktober, waarbij juli en augustus doorgaans de natste maanden zijn.

Gemiddelde temperatuurverschil in China's grootste steden

Steden

Gemiddelde temperatuur in januari

Gemiddelde temperatuur in juli

Jaarlijks temperatuurverschil

Beijing

4,8°C

25,8°C

30,6°C

Shanghai

3,5°C

28,0°C

24,5°C

Qingdao

-1,1°C

23,7°C

24,8°C

Guangzhou

13,7°C

28,3°C

14,6°C

Wuhan

2,7°C

29,1°C

26,4°C

Urumqi

-15,8°C

23,9°C

39,7°C

Shenyang

-13,0°C

24,9°C

37,9°C

 

China: bevolking

Een vijfde van de wereldbevolking woont in China. Ruim 91 procent van de inwoners is Han-Chinees en de rest behoort tot één van de 55 nationale minderheidsgroeperingen.
Op 6 januari 2005 werd officieel de 1,3 miljardste inwoner geboren. De realiteit is dat dit aantal hoger is. Dit is het gevolg van het één-kind-beleid dat de overheid sinds 1980 voert in vooral de kustprovincies. Hierdoor werden niet alle geboorten officieel aangegeven. Het impopulaire éénkindbeleid wordt sinds kort minder strikt toegepast. In vele gebieden van China mogen families wiens eerste kind een meisje is, een tweede kind. Toch is het aantal geboorten in de afgelopen twee decennia gedaald: in 1987 werden 23,3 en in 2004 12,3 baby's per 1.000 gezinnen geboren.
In de plattelandsgebieden zal het natuurlijke inwonerspercentage in de toekomst relatief sneller stijgen dan in de stedelijke gebieden. De stedeling kiest voor een klein gezin of huwt op latere leeftijd. De stedelijke bevolking zal hoofdzakelijk toenemen door de hoge graad van migratie van de plattelandsgebieden. In de periode 2001-2005 was de bevolkingsgroei 0,6 procent. Naar verwachting zal de bevolking in de periode 2006-2010 met 0,5 procent groeien.

Vergrijzing

De vergrijzing neemt vooral in de plattelandsgebieden toe door de migratie van jongeren naar de stedelijke gebieden. De betere gezondheidszorgvoorziening verhoogt geleidelijk de levensverwachting. De autoriteiten worstelen met het grote aantal met het HIV/aidsvirus besmette mensen en sociaal zwakkeren zoals zieken en drugs- en alcoholverslaafden. Andere gezondheidsrisico's zijn de gevolgen van het roken en de milieuverontreiniging. Het groeiend aantal bejaarden en sociaal zwakkeren zal zwaar drukken op de overheidsfinanciën. Een systeem van sociale zekerheid krijgt langzaam vorm, maar is op korte termijn niet adequaat. De leiders van China promoten de notie van een sociaal bewustere overheid, die zorgt voor de minderbedeelden. De overheid ondervindt problemen om de pensioenen te financieren aangezien de verhouding tussen gepensioneerden en werkenden scheef groeit.

Demografisch profiel:

 

2000

2005

2010

Bevolking (x miljoen):

1.267,4

1.307,4

1.342,5

w.v. mannen

652,3

671,6

686,3

vrouwen

615,1

635,9

656,2

Bevolkingsopbouw (in procent):

 

 

 

0-14

25,3

21,6

19,6

15-64

67,8

70,8

71,9

65+

6,9

7,7

8,3

Bron: EIU, april 2006

Voornaamste steden
De meeste mensen wonen in (in volgorde van belangrijkheid): Shanghai, Beijing, Chongqing, Tianjin, Wuhan, Guangzhou, Harbin, Shenyang, Chengdu, Nanjing, Changchun, Xi'an en Dalian.

 

China: bestuurlijke organisatie

Politieke vooruitzichten
De formele overgang van de derde naar de vierde generatie leiderschap werd in maart 2003 voltooid en in 2004 vond de informele overdracht plaats. In de periode 2006 is deze transitieperiode van leiderschap gerealiseerd. In maart 2003 werden Hu Jintao president en Wen Jiaboa premier. Hu Jintao heeft China's historische lijn van 'rule by man' voortgezet. De overgang voor de vierde generatie leiderschap is tot nu soepel verlopen. Hu Jintao heeft sinds 2004 alle belangrijke politieke machtposities in handen. Hij is niet alleen president, maar ook secretaris-generaal van de Chinese Communistische Partij en hij is sinds september 2004 voorzitter van de uiterst machtige Central Military Commission (CMC). Al deze functies werden ook vervuld door zijn voorganger Jiang Zemin. Hu heeft de afgelopen tijd zijn stempel gedrukt op politieke beslissingen. Zo heeft Hu Jintao successievelijk de huidige gouverneurs (de hoogste bestuurder van een provincie) vervangen voor gouverneurs die zijn politieke lijn volgen. In feite kan president Hu verder werken aan zijn formele machtspositie. Dit is belangrijk omdat 2005 en 2006 een testperiode zijn voor zowel Hu Jintao als Wen Jiabao. Daarna zijn er weer verkiezingen. Aandachtspunten voor Hu en Wen zijn de oververhitting van de economie en de voor China ongebruikelijk luide oppositie van ambtenaren tegen maatregelen tot demping van de oververhitte economie. Ook de bredere sociale ontevredenheid vooral op het platteland, de minder voorspoedige economische groei van stedelijke gebieden dan voorzien, stimulering van de private sector en verdere hervorming van staatsbedrijven zijn aandachtspunten.

Administratieve indeling
Administratief is de Volksrepubliek China ingedeeld in 22 provincies, 5 autonome gebieden en 4 stedelijke gebieden die onder direct gezag staan van de centrale regering in Beijing. De provincies en autonome regio's zijn onderverdeeld in prefecturen, districten en steden. De districten zijn weer opgesplitst in volkscommunes (townships) en kleinere gemeenten.
De grondwet voorziet ook in de mogelijkheid tot het vestigen van speciale administratieve regio's zoals Hongkong en Macau. Op 1 juli 1997 heeft het Verenigd Koninkrijk de soevereiniteit over Hongkong aan China overgedragen. Macau kreeg op 20 december 1999 de status van 'de Speciale Administratieve Regio Macau van de Volksrepubliek China' door de soevereiniteitsoverdracht van Portugal. De kern van deze status ligt in het principe van 'één land, twee systemen'. Dat wil zeggen dat in Hongkong en Macau een ander politiek, juridisch en economisch stelsel heerst dan in de rest van China. Vanaf de soevereiniteitsoverdracht mogen Macau SAR en Hongkong SAR vijftig jaar het kapitalistisch bestuurssysteem behouden. Alleen de verantwoordelijkheid van buitenlandse politiek en defensie berust bij de centrale overheid in Beijing.

Politiek systeem
Het moderne Chinese politieke systeem rust op drie machtspijlers: overheidsinstellingen, de Chinese Communistische Partij (China Communist Party, CCP) en de People's Liberation Army (PLA). De machtsdynamiek kan worden gekenschetst als een complexe handeling van richtlijnen en replieken binnen de drie hiërarchieën. In het centrum van de hiërarchie zijn het de leiders van de Communistische Partij die het politieke beleid van de drie pijlers uitzetten. Vanuit dit epicentrum bereiken de tentakels van de staatscontrole het dagelijkse leven in China.
De Volksrepubliek China is volgens de grondwet van 1982 een socialistische staat. Het hoogste formele machtsorgaan is het Permanente Comité van het Politbureau (Politburo Standing Committee, PSC) met aan het hoofd secretaris-generaal Hu Jintao. Via het Politbureau van de Communistische Partij vloeit macht toe naar het Nationale Partijcongres (National Party Congress) onder voorzitterschap van Wu Bangguo, het Centrale Comité en via alle lagen van de overheidsinstellingen naar het stedelijke niveau.

Een andere belangrijke organisatie is de Staatsraad (State Council); de raad wordt geleid door premier Wen Jiabao. Direct onder de Staatsraad, het kabinet, figureert het Nationale Volkscongres (National People's Congress, NPC). De NPC, de wetgevende macht van China, komt één keer per jaar plenair bijeen, tenzij extra bijeenkomsten nodig worden geacht door het Centrale Comité. In theorie berust de staatsmacht bij het Nationale Volkscongres. Net als met de partijcongressen is de hoofdfunctie van de jaarlijkse Volkscongressen het aankondigen en formaliseren van politieke beslissingen. Tevens benoemt het Nationale Volkscongres personen op hoge posten en keurt de grondwet goed. Het Tiende Nationale Volkscongres (NPC) heeft in maart 2003 in congres Hu Jintao gekozen tot president van China en Wen Jiabao tot premier.
Om de vijf jaar worden de ongeveer 3.000 gedelegeerden in het Nationale Volkscongres gekozen door volkscongressen op lager niveau. De plenaire vergadering van het Nationale Volkscongres vindt eens per jaar plaats in maart-april gedurende twee à drie weken.

Chinese Communistische Partij (CCP)
De Chinese Communistische Partij (CCP) regeert sinds 1949 en heeft geen formele oppositiepartij. Met circa 66 miljoen leden is de CCP de grootste politieke partij in de wereld.
Het hoogste orgaan van de Chinese Communistische Partij is formeel het Nationale Partijcongres dat om de vijf jaar bijeenkomt; voorzitter is Wu Bangguo. Tijdens het partijcongres wordt het Centrale Comité (356 leden; 159 volledige leden en de rest zijn plaatsvervangers) gekozen en neemt het Centrale Comité de functies van de partij over als deze niet in zitting is. Eén maal per jaar komt het Centrale Comité bijeen, dat wordt voorgezeten door Wu Bangguo. Het Centrale Comité kiest weer het Politbureau dat in november 2002 is uitgebreid van zeven tot negen leden en het Permanente Comité van het Politbureau. Het Permanente Comité komt zeer frequent bijeen.
Binnen het staatsbestel genieten acht 'democratische' partijen erkenning en zijn ondergebracht in de Chinese People's Political Consultative Conference (CPPCC). De CPPCC met tweeduizend leden is een adviesorgaan dat de belangen en politieke voorstellen kanaliseert van niet-communistische partijorganisaties. De CPPCC - onder voorzitterschap van Jia Qingling van het Politbureau - staat volledig onder controle van de Chinese Communistische Partij. De overheid biedt tot op heden geen ruimte voor andere, niet-staatsgesteunde politieke partijen. Zo zijn de oprichters van de Chinese Democratische Partij (CDP) eind 1998/begin 1999 gearresteerd als dissidenten. Ex-president Jiang heeft in juli 2001 tijdens het 80-jarig bestaan van de Chinese Communistische Partij het idee gelanceerd om de technocratische elite van de partij uit te breiden met ondernemers, de nieuwe bourgeoisie. Dit voorstel is later door de partij aangenomen.

Overheidsstructuur

Officiële naam:

Volksrepubliek China

Regeringsvorm:

Eenpartijstelsel: Chinese Communistische Partij (CCP); secretaris-generaal is Hu Jintao.

Uitvoerende macht:

Het Permanente Comité van de Staatsraad onder leiding van voorzitter Wu Bangguo.

Staatshoofd:

President: Hu Jintao en vice-president: Zeng Qinghong.

Premier:

Premier: Wen Jiabao. Vice-premiers: Huang Ju, mevrouw Wu Yi, Zeng Peiyan en Hui Liangyu.

Wetgevende macht:

Eén Kamer: het Nationale Volkscongres. De circa 3.000 gedelegeerden zijn voor een periode van vijf jaar gekozen op lokaal niveau.

Regionale assemblees en besturen:

De 22 provincies, 4 speciale steden en 5 autonome regio's kiezen lokale vertegenwoordigers.
Bestuurlijke indeling:
Provincies (22): Anhui, Fujian, Gansu, Guangdong, Guizhou, Hainan, Hebei, Heilongjiang, Henan, Hubei, Hunan, Jiangsu, Jiangxi, Jilin, Liaoning, Qinghai, Shaanxi, Shandong, Shanxi, Sichuan, Yunnan, Zhejiang.
Autonome gebieden (5): Guangxi, Binnen-Mongolië, Ningxia, Xinjian Uyghur, Tibet.
Municipalities (4): Beijing, Shanghai, Tianjin en Chongqing.
Speciale administratieve regio's (2): Hongkong en Macau.

Nationale verkiezingen:

De laatste nationale verkiezing was in maart 2003 en de eerstvolgende is in maart 2008.

Regering:

Het Politbureau van de Communistische Partij (CCP) geeft politieke richting en controleert alle administratieve, uitvoerende en wetgevende afspraken. De Standing Committee van het Politbureau is het middelpunt van macht.
Politburo Standing Committee (9 leden).

Politieke organisatie:

Chinese Communistische Partij; secretaris-generaal is Hu Jintao.

Staatsraad (kabinet):

Executive board (onder leiding van premier Wen Jiabao) bestaat uit vice-premiers kabinet (4 leden) en staatsraden (5 leden).
Er zijn 28 ministeries.